Het opzetten en runnen van animatiestudio Reanimators, Clarissa vertelt

‘Onze animatiestudio in Amsterdam heet Reanimators. Sowieso omdat het woord
‘animatie’ erin zit, maar ook omdat ‘reanimation’ in het Engels eigenlijk ‘smile
surgery’ betekent. Letterlijk dus, wanneer iemand een gezichtsoperatie nodig heeft
om weer te kunnen lachen. Precies wat mijn businesspartner Robin en ik willen
bereiken: een glimlach toevoegen aan een verhaal.’

‘Ik kom uit de journalistiek en storytelling en verhalen vertellen past bij mij. Robin is
vormgever en animator. Omdat ik een paar opdrachten had waarvan ik dacht dat
animatie goed zou werken hebben we de handen ineengeslagen. Ik de teksten, hij
het beeld. En zo werd Reanimators in oktober 2017 geboren. Onze eerste opdracht
samen was meteen een hele leuke, voor radio-dj en voice-over Barry Paf. Een
andere case uit de beginfase waar we heel trots op zijn was het maken van een korte
animatie, een ident voor het productiehuis Black Sheep Can Fly. Die wordt nu
vertoond op diverse filmfestivals zoals het Nederlands Filmfestival en Cinekid.’

‘Samenwerken vind ik heel fijn want dan kom je écht verder in een project. Robin en
ik zijn in zakelijk opzicht getrouwd, delen dezelfde humor maar durven ook kritisch te
zijn op elkaar. Belangrijk, want je moet weten wat je aan elkaar hebt. Als chaotisch
persoon ben ik me ervan bewust dat ik mijn werkprocessen goed moet stroomlijnen
om ze te kunnen overdragen, dus communicatie is key. En niet alleen naar
teamleden toe. Ook opdrachtgevers moeten snappen waar we mee bezig zijn. De
klant moet het werkproces begrijpen en dat doen we door heel duidelijk te zijn over
de planning, deliverables en voorwaarden.’

‘Omdat ik weet dat ik een chaotische fladderaar ben, heb ik met mezelf een
duidelijke 9-tot-5 structuur afgesproken. Komen opdagen op je eigen werk, dat is het
belangrijkste als ondernemer. De weekenden hou ik vrij, zo baken ik voor mezelf
meteen vrije tijd af. Nog meer tips? Stel je eigen doelen, maak ze concreet en heb
vooral heel veel plezier in wat je doet. Blijf je ontwikkelen en ga af en toe op je bek,
maar ook: vier je successen met een goede fles champagne!’

‘Het ondernemerschap past goed bij mij. Ik hou van de energie die je krijgt als je
weer met een nieuwe klus begint. Met als bonus een tevreden klant na afloop! Ik vind
het schakelen tussen al die verschillende werelden ook tof. Zo zit je bij een corporate
klant, voor een animatie die mogelijk op televisie verschijnt. En de dag erna schuif je
aan bij een productiehuis met allerlei kunstzinnige types.’

‘Maar goed, ondernemen is niet alleen maar feest natuurlijk. Wat ik het lastigst vind?
Met stip op 1 staat dat ik niet uitbetaald krijg als ik op vakantie ga. En vooral in het begin is het keihard hard werken om de cashflow op gang te krijgen. Sta je weer bij de supermarkt, te duimen of je wel genoeg geld op je rekening hebt.’

‘Ik merk ook dat mijn werk echt mijn leven is. Iets wat niet iedereen begrijpt. Mijn
hoofd zit de hele dag vol met allerlei projecten. En dat is prima en leuk als het goed
gaat, maar als projecten niet lekker lopen heeft dat wel impact. Mijn werk is enorm
verbonden met mijn identiteit. Toch kan ik me niet voorstellen dat ik terugga naar
loondienst.’

‘Wat mij helpt bij het balans houden, is dat ik uit handen geef waar ik niet goed in ben
of geen zin in heb. Zoals de administratie en de belastingaangifte. Af en toe lekker
bonnetjes inkloppen vind ik prima, dat hoort erbij. Maar ik besteed mijn tijd liever aan
het ontwikkelen en uitvoeren van mooie ideeën. Wat mij verder veel rust geeft is dat
ik voor mezelf geld opzijzet voor de magere tijden. Dat is echt mijn ultieme advies:
regel iets, voor als je ziek bent of tijdelijk minder werk hebt. Bouw een buffer en regel
iets voor later of als je ziek wordt. Bijvoorbeeld in de vorm van een Broodfonds of
een pensioenregeling voor ondernemers. Hoef je je daar zo min mogelijk zorgen over
te maken.’

Tekst: Dagmar Holtman